Wanneer kunt u btw aftrek toepassen?

Btw aftrek van voorbelasting

Btw aftrekken als voorbelasting

Hoe de BTW aftrek van voorbelasting in zijn werk gaat leest u hier. Als u voor uw bedrijf inkoopt, investeert of andere kosten maakt, dan brengen uw leveranciers u btw in rekening. Deze btw, ook wel voorbelasting genoemd, kunt u aftrekken van de btw die u verschuldigd bent over uw omzet. Ook de btw die u verschuldigd bent omdat de heffing naar u is verlegd, is als voorbelasting aftrekbaar.

Hetzelfde geldt voor de btw die u verschuldigd bent bij invoer of intracommunautaire verwerving.

Hoe trekt u de voorbelasting af?

U trekt de btw af via uw aangifte omzetbelasting. Op uw aangifte vermeldt u de bedragen van uw omzet exclusief btw en de btw die u aan de Belastingdienst moet voldoen. U trekt daarvan af de btw die andere ondernemers aan u in rekening hebben gebracht. Het verschil draagt u af aan de Belastingdienst. Als de voorbelasting hoger is dan de verschuldigde btw, dan ontvangt u het verschil terug.

Voorbeeld: btw aftrek als voorbelasting

Een fietsenhandelaar verkoopt in een bepaalde periode fietsen voor € 40.000. Daarover is hij € 7.600 btw verschuldigd aan de Belastingdienst.

In dezelfde periode heeft hij ook inkopen en bedrijfskosten:

fietsen € 20.000 btw € 3.800
energie € 1.500 btw € 285
administratie € 500 btw € 95
transport € 3.000 btw € 570
verzekeringen € 600 (vrijgesteld van btw)
De totale btw op de inkopen en de kosten bedraagt: € 3.800 + € 285 + € 95 + € 570 = € 4.750

Deze € 4.750 mag hij als voorbelasting aftrekken van de btw die hij over zijn verkopen is verschuldigd.
Per saldo betaalt hij over deze periode dus € 7.600 – € 4.750 = € 2.850 aan de Belastingdienst.

Bewaar facturen en rekeningen

Om de btw als voorbelasting te kunnen aftrekken, moet u met facturen of rekeningen kunnen aantonen hoeveel btw uw leveranciers u in rekening hebben gebracht. Alleen dan mag u die btw verrekenen. Bewaar daarom alle originele facturen, rekeningen, nota’s van uw leveranciers en invoerdocumenten. Controleer of de facturen op uw naam staan en of deze aan de eisen voldoen.

Let op!

Als u een factuur niet betaalt, bijvoorbeeld omdat uw leverancier een wanprestatie levert, moet u de btw die u als voorbelasting hebt afgetrokken weer aan de Belastingdienst terugbetalen.

Wanneer kunt u btw aftrek gebruiken?

U kunt de btw die u hebt betaald over goederen en diensten aftrekken als deze worden gebruikt voor omzet die belast is met btw. U kunt geen btw als voorbelasting aftrekken als u de inkopen en kosten uitsluitend gebruikt voor vrijgestelde leveringen van goederen of diensten. U kunt ook geen btw aftrekken als u de goederen of diensten geheel privé gebruikt.

Let op!

Er gelden bijzondere regels voor horecab estedingen en sommige personeelsvoorzieningen.

Btw aftrek van voorbelasting bij gemengd gebruik.

Het is mogelijk dat u goederen inkoopt of diensten afneemt die u:

  • gebruikt voor zakelijke doeleinden én privédoeleinden
  • gebruikt voor belaste én vrijgestelde bedrijfsactiviteiten

In deze gevallen spreken we van gemengd gebruik en kunt btw in aftrek brengen.

Btw aftrek bij gemengd gebruik: belast zakelijk en privégebruik.

Het kan zijn dat u goederen koopt die u niet alleen voor uw onderneming gebruikt, maar ook privé. Als u goederen aanschaft die u zowel zakelijk voor belaste handelingen als privé gebruikt, kunt u kiezen tot welk vermogen u het goed rekent:

  • U rekent de goederen geheel tot uw privévermogen. U kunt dan geen btw over de aanschaf van dit goed aftrekken.
  • U rekent de goederen gedeeltelijk tot uw privévermogen en gedeeltelijk tot uw ondernemingsvermogen. Dan kunt u alleen de btw van de aanschaf aftrekken voor het zakelijke deel.
  • U rekent de goederen geheel tot uw ondernemingsvermogen. U kunt dan alle btw over de aanschaf van dit goed aftrekken. Op de laatste aangifte van het jaar moet u dan de btw aangeven bij rubriek 1 bij vraag 1d voor het privégebruik.

Btw aftrek bij gemengd gebruik: belaste en vrijgestelde bedrijfsactiviteiten.

Levert u zowel belaste als vrijgestelde prestaties? Dan kunt u alleen de btw voor uw belaste bedrijfsactiviteiten aftrekken. De btw voor vrijgestelde bedrijfsactiviteiten kunt u niet aftrekken. U moet dan de btw splitsen in een aftrekbaar en een niet aftrekbaar deel. U splitst de btw op basis van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet. Als u kunt aantonen dat het werkelijk gebruik anders is, kunt u de btw ook splitsen op basis van het werkelijk gebruik voor belaste en vrijgestelde bedrijfsactiviteiten.

Voorbeeld: gemengd belaste en vrijgestelde bedrijfsactiviteiten

U hebt een makelaarskantoor en u bemiddelt ook bij het afsluiten van hypotheken. De makelaarsprovisie is belast met btw; hypotheekprovisie is vrijgesteld van btw. Ongeveer 80% van uw omzet bestaat uit makelaarsprovisie en 20% uit hypotheekprovisie. Voor uw makelaardij koopt u vier nieuwe computers voor € 10.000 exclusief btw. De btw daarover is € 1.900. De computers worden zowel voor de belaste als voor de vrijgestelde prestaties gebruikt. Daarom kunt u 80% van € 1.900 is € 1.520 aftrekken als voorbelasting.

In het voorbeeld is de voorbelasting gesplitst op basis van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet. Deze verhouding stelt u vast aan de hand van de gegevens over het tijdvak waarin u de voorbelasting aftrekt. Het kan zijn dat deze verhouding over het hele boekjaar genomen anders is en dat u te veel of te weinig voorbelasting hebt afgetrokken. Dan moet u deze voorbelasting herrekenen en het verschil invullen in de laatste aangifte van het boekjaar.

Voor investeringsgoederen waarop u afschrijft is de aftrek van voorbelasting niet definitief. Als de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet in de volgende jaren wijzigt, moet u in die jaren de voorbelasting herzien. De periode waarin sprake kan zijn van herziening verschilt voor roerende en voor onroerende investeringsgoederen. Voor roerende goederen geldt een herzieningsperiode van vier jaar en voor onroerende goederen van negen jaar na het jaar van ingebruikneming.

Meer informatie over de aftrek van voorbelasting bij investeringsgoederen kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 0543.

Bijzondere btw aftrek regeling: privégebruik auto van de zaak.

Veel ondernemers gebruiken een personenauto of bestelauto zowel zakelijk als privé. Voor de btw moet er dan een onderscheid worden gemaakt tussen auto’s die zijn aangeschaft met berekening van omzetbelasting en auto’s waarbij dat niet is gebeurd.

Auto’s die zijn aangeschaft met berekening van omzetbelasting.

De btw op de aankoop van de auto en de onkosten (bijvoorbeeld de benzine, reparaties en het laten wassen van de auto) kunt u in eerste instantie volledig als voorbelasting aftrekken. Bij de laatste aangifte van het jaar moet u voor het privégebruik een correctie aanbrengen op de voorbelasting die u hebt afgetrokken. De omzetbelasting sluit hiermee aan bij de regeling van de inkomstenbelasting.

De inkomstenbelasting kent een regeling waarbij de waarde van het privégebruik wordt vastgesteld op een percentage van de waarde van de auto. Dit heet de autokostenfictie. De autokostenfictie bedraagt een percentage van de cataloguswaarde van de auto (inclusief btw). De btw correctie voor het privégebruik bedraagt 12% van de autokostenfictie. De bedragen vult u in op uw aangifte bij vraag 1d van de btw aangifte.

Voorbeeld

U hebt, in uw eenmanszaak, een personenauto met een catalogusprijs van € 16.000 inclusief btw. U rekent de auto tot uw bedrijfsvermogen. De btw op de aankoop van de auto hebt u volledig in aftrek gebracht. U gebruikt de auto zowel zakelijk als privé. De autokostenfictie bedraagt 25% (of eventueel 14% of 20%) van de catalogusprijs (inclusief btw). In de loop van het jaar trekt u de btw op de brandstof en de onderhoudskosten als voorbelasting af. In de laatste aangifte van het jaar moet u een correctie voor het privégebruik aangeven. In dit geval is die correctie € 480 (12% van 25% van € 16.000).

Auto’s die zijn aangeschaft zonder berekening van omzetbelasting.

Het kan zijn dat u bij de aankoop van de auto geen btw hebt betaald. Dat is bijvoorbeeld het geval als u de auto hebt gekocht van een particulier of met toepassing van de margeregeling. Als u de margeregeling toepast, dan berekent u de btw niet over uw omzet, maar over het verschil tussen de inkoopprijs en de verkoopprijs, de zogenoemde winstmarge.

Ook kan het zijn dat u de auto tot uw privévermogen rekent. U kunt dan de bij aanschaf van de auto in rekening gebrachte btw niet in aftrek brengen. De btw op het gebruik en het onderhoud van de auto (o.a. brandstof, reparaties) kunt u wel aftrekken, voor zover u de auto zakelijk gebruikt. De mate waarin u omzetbelasting over de autokosten in aftrek kunt brengen, dient u aan de hand van uw administratie vast te stellen. Alleen als u belaste omzet hebt, bestaat er recht op aftrek.

Biedt de administratie onvoldoende aanknopingspunten om tot een juiste vaststelling van het gebruik van de auto voor belaste prestaties te komen?

Dan mag u het gedeelte van de in rekening gebrachte omzetbelasting, dat voor aftrek in aanmerking komt, bepalen op 75%.

Voorbeeld

U koopt een tweedehands personenauto zonder btw. U rekent die auto tot uw privévermogen en u gebruikt de auto zowel zakelijk als privé. In de loop van het jaar wordt voor brandstof en onderhoud € 600 aan btw aan u in rekening gebracht. Als u de verhouding tussen privé en zakelijk gebruik niet aan de hand van uw administratie kunt aantonen, moet u het privégebruik van de auto stellen op 25%. In dat geval is dus € 450 (75% van € 600) aftrekbaar als voorbelasting.