Voorbelasting op goederen en diensten.

De voorbelasting, hoe werkt dat?

Vraag 5b van de aangifte omzetbelastingformulier “Voorbelasting”

Voorbelasting is Nederlandse omzetbelasting op goederen en diensten die u voor uw onderneming hebt aangeschaft of afgenomen.

De voorbelasting bestaat onder meer uit:

  • Omzetbelasting die andere ondernemers aan u in rekening hebben gebracht
  • Omzetbelasting die u moet betalen, omdat de omzetbelasting naar u is verlegd.

Bijvoorbeeld door de toepassing van een verleggingsregeling (zie vraag 2a) voor:

  • Leveringen en diensten die u hebt afgenomen, waarbij onderaannemers of uitleners van personeel in de bouw, de scheepsbouw, de metaalconstructie en de confectie-industrie de omzetbelasting naar u hebben verlegd.
  • Aan u geleverde onroerende zaken waarbij u en de verkoper hebben gekozen voor belaste levering
  • Goederen die u hebt afgenomen van een buitenlandse leverancier die geen vaste inrichting in Nederland heeft, én waarbij deze levering heeft plaatsgevonden in Nederland
  • Verrichte leveringen en diensten van afval en oude materialen waarbij de omzetbelasting naar u is verlegd
  • Omzetbelasting die u moet aangeven voor de invoer van goederen waarbij de verleggingsregeling bij invoer is toegepast (zie vraag 4a)
  • Omzetbelasting die u voor de invoer van goederen aan de Douane hebt betaald
  • Omzetbelasting die u moet aangeven (zie vraag 4b) voor:
  • Intracommunautaire verwerving van goederen
  • Diensten die een buitenlandse ondernemer voor u heeft verricht waarbij de omzetbelasting naar u is verlegd
  • Omzetbelasting op agrarische producten en diensten
  • Als u producten of diensten afneemt van een ondernemer die onder de landbouwregeling of onder de veehandelsregeling valt, mag u 5,1% omzetbelasting als voorbelasting aftrekken van de prijs die u hebt betaald. U moet wel een zogenoemde landbouwverklaring hebben. De leverancier moet die verstrekken.

Voorwaarden voorbelasting

De omzetbelasting die u als voorbelasting aftrekt, moet u kunnen aantonen met facturen die op de voorgeschreven wijze zijn opgemaakt. Meer informatie hierover kunt u vinden in de brochure Uw bedrijf en de btw van de belastingdienst.

  • U mag de btw die u hebt betaald over de inkoop van goederen en diensten alleen aftrekken als u voldoet aan de volgende twee voorwaarden:
  • U gebruikt de goederen en diensten zakelijk, dat wil zeggen voor uw bedrijf. De btw over goederen en diensten die u uitsluitend privé gebruikt, is niet aftrekbaar.

U gebruikt de goederen en diensten voor activiteiten die belast zijn met btw. U kunt geen btw als voorbelasting aftrekken als u de goederen en diensten gebruikt voor vrijgestelde prestaties.

Let op!

Leveringen en diensten waarvan de heffing van btw wordt verlegd naar de afnemer of waarop het 0%-tarief van toepassing is, gelden ook als belaste prestaties.

Het is mogelijk dat u goederen inkoopt of diensten afneemt die u:

  • Gebruikt voor zakelijke doeleinden én privédoeleinden
  • Gebruikt voor belaste én vrijgestelde bedrijfsactiviteiten

In deze gevallen is er sprake van gemengd gebruik. Hiervoor gelden andere regels.

Gemengd gebruik: belast zakelijk en privégebruik

Koopt u goederen die u zowel zakelijk voor belaste doeleinden als privé gebruikt? Dan kunt u kiezen tot welk vermogen u de goederen rekent:

  • U rekent de goederen tot uw privévermogen. U kunt dan geen omzetbelasting over de aanschaf van deze goederen aftrekken.
  • U rekent de goederen gedeeltelijk tot uw privévermogen en gedeeltelijk tot uw ondernemingsvermogen. Dan kunt u alleen de omzetbelasting van de aanschaf voor het zakelijke deel aftrekken.
  • U rekent de goederen tot uw ondernemingsvermogen. Dan kunt u alle omzetbelasting over de aanschaf van deze goederen aftrekken. Op de laatste aangifte van het jaar moet u dan de omzetbelasting voor het privégebruik aangeven bij vraag 1d.

Gemengd gebruik: belaste en vrijgestelde bedrijfsactiviteiten

Levert u zowel belaste als vrijgestelde goederen en diensten? Dan kunt u alleen de omzetbelasting voor uw belaste bedrijfsactiviteiten aftrekken. De omzetbelasting voor vrijgestelde bedrijfsactiviteiten kunt u niet aftrekken. U moet dan de omzetbelasting splitsen in een aftrekbaar en een niet aftrekbaar deel. U splitst de omzetbelasting op basis van de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet. Als u kunt aantonen dat het werkelijke gebruik anders is, kunt u de omzetbelasting ook splitsen op basis van het werkelijke gebruik voor belaste en vrijgestelde bedrijfsactiviteiten.

Let op!

De omzetbelasting over bepaalde zakelijke kosten kunt u niet aftrekken.

Het gaat bijvoorbeeld om:

  • Inkopen die u gebruikt voor vrijgestelde bedrijfsactiviteiten
  • Eten en drinken in horecagelegenheden
  • Inkopen die u gebruikt voor personeelsfaciliteiten als het voordeel voor de werknemer meer is dan € 227 per jaar.